De avonturen van Elvis het muisje

Ieder avond als Lola bijna gaat slapen, komt mama even langs.

Ze kletsen wat over de dag.

Mama geeft haar zoals altijd een lieve knuffel en een dikke zoen.

Lola gaat lekker onder de dekens liggen met een voldane glimlach

“Lekker slapen meissie, lekker dromen”

Lola glimlacht naar mama.

“Mama?, mag ik nog een kort dingetje vertellen?”

“Nou, nog een heel klein dingetje dan”

“Ik hoop dat ik vannacht weer droom over Elvis”

Mama zegt: “Elvis? Wie is dat?”

“Dat is mijn vriendje…”

“Jouw vriendje?”

“Ja, Elvis is een muisje. Hij vliegt altijd in een grote gekleurde luchtballon en maakt allemaal leuke en spannende dingetjes mee…”

“Oh, dat is leuk meis. Ga dan maar gauw slapen, dan kan je zien wat hij nu weer meemaakt”

Lola gaat lekker liggen en geeft luchtkusjes aan mama.

“Lola?” “Ja mama” “Dit was geen kort dingetje hè”

Lola giechelt en pakt haar knuffeltje stevig beet.

“Daag, lekker slapen nu”

“Welterusten mama”

“Welterusten meis, lekker slapen”

Lola sluit haar ogen en valt onmiddellijk in slaap.

 

Bolle Jan zit vast

Elvis wordt wakker van de zon die in zijn oogjes schijnt.

Wat heeft hij heerlijk geslapen. Hij wrijft in zijn oogjes en rekt zich lekker uit. Voorzichtig opent hij zijn oogjes.…Wahaaa! Elvis schrikt! Wat is dit? Hij ligt in een mandje. Hij lag toch lekker veilig in zijn muizenholletje bij mevrouw Pieper. “Help! Waar ben ik! Wat is dit? Hij duikt naar de bodem van het mandje. Het is een rond mandje. Hij wiegt een beetje heen en weer. Elvis  houdt zijn pootjes voor zijn ogen. “Niet bang zijn Elvis” zegt hij tegen zichzelf. “Niet bang zijn, je zit veilig in een mandje”. “Je vliegt niet in de lucht ofzo”. Maar dan ziet hij ineens een vogeltje op de rand van het mandje. Het is een heel klein oranje kanariepietje met een kaal hoofdje. “Hai!” zegt een piepstemmetje. “Ik ben Wesley de kanarie” “Wat voor vogel is dit?” “Vogel?” zeg Elvis, “Dit is een mandje” “Maar wat is dan die grote bol boven je hoofd?” Elvis gaat zitten en kijkt voorzichtig omhoog. Hij wrijft nog even goed in zijn oogjes. Hij kijkt in een groot gat met allemaal gekleurde strepen. “Mmm, het lijkt wel een ballon…” zegt Elvis voorzichtig. “…wahaaa! Een ballon! Een luchtballon? Hoe dan, nee! Ik heb hoogtevrees” “Hoogteprees?” zegt Wesley. “Nee, hoog te vrees” “Wat is dat?” vraagt Wesley terwijl hij op en neer hipt van de ene kant naar de andere kant van het mandje. “Dat ik echt allergisch ben voor grote hoogtes” “Allerpies?” zegt Wesley. Elvis wil net uitleggen hoe bang hij eigenlijk is voor alles wat hoog is, als ze een luid getrompetter horen.’Ppppepeeee!, Pepeee! Hhhhellep!” Wesley vliegt van schrik weg. Elvis staat op en kijk voorzichtig over de rand van zijn rieten mandje. En wat ziet hij daar…..het is bijna niet te geloven.

 

Elvis nadert een klein eilandje in de zee. In de verte ziet hij een grote olifant achter een rots . Hij zit vast in de modder. “Oh jee” denkt Elvis. “Dat ziet er niet goed uit” Hij ziet dat de bolle olifant steeds verder wegzakt in de modder. Hij spartelt en spartelt, maar niets helpt. “Pppppepeee!, ppppppepeee! Hhhhelp, ieieieiemand! Wwwwwie dan ook?” Elvis wil best helpen. De luchtballon daalt en daalt. Hij nadert het strand. De grote luchtballon land met een zucht op de bladeren van een grote bananenboom. Elvis stapt snel uit het mandje en rent naar de olifant.

 

“Hallo” piept Elvis met zijn muizenstemmetje. De olifantenslurf staat rechtop van schrik al deze het gepiep van Elvis hoort. “Wwwwie bent u?” zegt de bolle olifant. “Ik ben Elvis en ik kom je helpen” “Wè hè hèèèèè!” De olifant begint hard te huilen. “Waarom huil je nu?” zegt Elvis. “Wèèèèè  ik ik ik ben bang voor mui-mui-muizen” “ja, maar ik ben een hele lieve muis.” “En en en en, ik huil ook, om- om- omdat ik niet geloof dat jij me kan he- he- helpen”. Elvis gaat even zitten en denkt diep na. De olifant heeft wel gelijk. Want hoe krijgt hij hem nu uit de modder. “Hoe heet je eigenlijk?” vraagt Elvis. “ Ik ik ik heet Bolle Jan.” “Nou, Bolle Jan, hoe kom jij hier zo verzeilt?” “Wè hè hèèèèè” En weer begint Bolle Jan de olifant hard te huilen. Door zijn tranen zakt hij nog dieper in de modder weg. “Ik ik ik wilde me verstoppen voor Dolle Mina, mijn vriendin.” “Oh, speelde je verstoppertje” vraagt Elvis. “Nee” snift Bolle Jan. Hij bloost “…Ik  ik  ik had bananen van haar ge,..eh..leent” “Geleend” herhaalt Elvis “..lenen, dat is toch als je iets even hebt en later weer teruggeeft? “Ja”, zegt Bolle Jan. “Heb jij die bananen weer teruggegeven?” spreekt Elvis Bolle Jan streng toe. Bolle Jan bloost en kijkt de andere kant op. Elvis staat op en slaat zijn pootjes over elkaar. “Bolle Jan, dat is stelen he” “wèwèèèè, ik had zo’n trek, dus dus dus ik heb ze van mijn lieve vriendin gestoholen, wè hè hèèè. Dat vergeeft ze me nooit” snift Bolle Jan. Elvis krijgt toch wel medelijden met de verdrietige olifant. Hij verzint een plan. Een plan om Bolle Jan weer uit de modder te krijgen.

 

De redding van Bolle Jan

Pèpèèèè! ‘Ik zak steeds verder weg!” gilt Bolle Jan. Omdat Elvis zelf te klein is om Bolle Jan uit de modder te trekken heeft hij besloten om op zoek te gaan naar Dolle Mina. “Blijf waar je bent” zegt Elvis, “ik ga hulp halen” “Deuh”,zegt Bolle Jan geïrriteerd, “ik zal geen vin verroeren”. Elvis kijkt om zich heen. Vanaf de lucht leek het een piepklein eilandje waar hij op landde, maar in werkelijkheid is het een groot oerwoud waar hij zich bevindt. Elvis staat op een rots en tuurt naar het oerwoud. Hij hoort een aap gillen  “Woehoe hoehaaaaa! Woehoehoehaaaa!” Hij loopt het woud in. Als hij nog één blik werpt op Bolle Jan ziet hij dat hij al tot aan zijn poten is weggezakt. Bolle Jan huilt nog steeds tranen met tuiten.

 

Elvis klimt in een boom, trekt zich op aan een liaan en gaat op een tak staan, terwijl hij de liaan stevig vasthoudt. Dan hoort hij ineens een boze stem: “Bolle Jan! Waar ben je!” Elvis zet zijn oren te luister. Het komt van die kant. Hij klimt uit de boom en gaat op het geluid af van de boze stem. Het zou Dolle Mina wel eens kunnen zijn. “Bolle Jan, ik ben heel erg boos op jou. Kom onmiddellijk te voorschijn!” “Dolle Mina!”piept Elvis. “Dolle Mina, ben je daar? Bolle Jan is in gevaar” “Wie riep daar?”zegt de stem verschrikt. Elvis loopt nog steeds op het geluid af. Hij voelt de grond trillen. Het lijkt wel een aardbeving! Als hij dichterbij de stem is gekomen, ziet hij waarom de grond trilt. Het is een grote olifant met een roze strik op haar hoofd die staat te beven als een rietje. “Ga weg!”schreeuwt de olifant. “Ik doe je niets Dolle Mina, jij bent toch Dolle Mina?” Dolle Mina knikt. “Je vriend Bolle Jan is in gevaar” “Bolle Jan is mijn vriend niet meer”, zegt Dolle Mina furieus en ze begint er enorm bij te stamvoeten. Elvis valt om door de trillende grond, maar springt snel weer overeind. “Waarom is hij je vriend niet meer?”, vraagt  Elvis. “Hij is een dief”. “Wat heeft hij dan gestolen?”zegt Elvis zogenaamd niet wetend “Hij heeft mijn laatste bananen gestolen. En ik had juist zo’n trek in een lekkere banaan” Elvis vervolgt zijn vraag:”Maar lieve Dolle Mina, als je hem nu niet gaat helpen, zakt hij weg in het drijfzand op het strand en kan je nooit meer met hem spelen. Ik begrijp wel dat je boos op hem bent, maar jullie kunnen dit vast wel uitpraten. Je moet hem nu echt helpen, anders is het te laat.” Dolle Mina’s boze blik in haar ogen veranderd in een bezorgde blik: “Is hij echt in gevaar?” “Ja, echt waar” “Maar hoe kunnen we hem redden?” Elvis haalt opgelucht adem en vertelt Dolle Mina zijn plan om hem uit de modder te krijgen. Dolle Mina vindt het een goed plan en ze rent vervolgens zo snel als ze kan het woud in. Elvis verzamelt lianen en Dolle Mina gaat hulp vragen van haar broers en zussen.  Elvis rent met de lianen naar Bolle Jan. “Bolle Jan, Bolle Jan! Ik heb Dolle Mina gevonden!” Maar waar is Bolle Jan! De plek in het drijfzand ziet er leeg uit. Het drijfzand is zelfs al helemaal opgedroogd.  “Oh nee, hij is er helemaal in gezakt” Elvis schrikt zich een hoedje en gaat verslagen op de rots zitten naast het drijfzand “Nee,  alles is voor niets geweest…wat verschrikkelijk” mijmert hij. Hij voelt de grond schudden als Dolle Mina met haar broers en zussen op het strand aankomt. Dolle Mina loopt voorop. Ze ziet Elvis op de rots zitten met zijn hoofdje naar beneden. De zon schijnt vol op zijn bolletje en hij had geen parasolletje. Dolle Mina schrikt als ze naar de lege plek bij het drijfzand kijkt. “Nee!!, Bolle Jan! Ik vergeef je, je bent mijn beste vriehiehiend! Was je nog maar bij me, dan zou je al mijn bananen mogen hebben!” Dan horen ze ineens iets wat ze niet verwachten: “Pèpèpèè!! Pèpèpeee! Dodododolle Mina! Het spijt me echt heel erg” Iedereen kijkt verschrikt op en ziet een blozende Bolle Jan voorzichtig achter een rots vandaan komen. Dolle Mina springt een gat in de lucht als ze haar vriend ziet. Elvis valt pardoes van de rots af door de aardbeving die Dolle Mina veroorzaakt. Als hij overeind krabbelt ziet hij de twee olifanten met hun slurfen verstrengeld. “Oh lieve Dolle Mina, ik ik ik hou van jou” “Ik hou ook van jou mijn lieve Bolle Jan. En je kan me toch ook altijd vragen om een banaan in plaats van hem zomaar te pakken” Bolle Jan bloost weer: “Ik zal het voortaan gewoon vragen”. Elvis laat de twee olifanten samen praten, maar hij heeft wel een vraag aan Bolle Jan, want hoe is Bolle Jan alleen uit de modder gekomen.

 

Hoe Bolle Jan uit de modder kwam.

 

In de verte ziet Bolle Jan Elvis weghollen. Boehoehoehoe!!! Weeeheheee!! Bolle Jan huilt tranen met tuiten. Hij kan niet ophouden met huilen. De tranen blijven stromen. Dan springt er iets in zijn oog. He? Hij ziet ineens op zijn slurf een oranje kanariepietje met een kaal hoofdje. Wesley houdt zijn koppie schuin van links…naar rechts…en weer terug. ‘Waar komt dat water vandaan?’’Wwwater? Dat zijn tttranen’. Wesley hopt naar het oog van Bolle Jan en bekijkt van heel dichtbij hoe het oog van Bolle Jan eruit ziet. Hij ziet de weerspiegeling van zichzelf in de glans van Bolle Jans oog. Wesley grijpt naar zijn buikje van het lachen. Dan kijkt hij nog een keer “wieieieiei!hihihi!” Bolle Jan snift nog na, maar wordt aangestoken door het gelach van de oranje kanariepiet. Hij begint door zijn tranen heen te lachen en het duurt niet lang voordat ze beide dubbel liggen van het lachen. Iedere keer als Wesley in het oog kijkt van Bolle Jan en zichzelf met een hele dikke snavel ziet of met een enorm dik kaal voorhoofd, ligt hij weer dubbel van het lachen.  Bolle Jan buldert van het lachen. Hij lacht zijn tranen weg en zucht even. Het lachen heeft hem goed gedaan. ‘Mmm, denkt Bolle Jan, wat zou ik zelf kunnen doen om eruit te komen. Het huilen heeft me tot nu toe nog niks opgeleverd.” Wesley is bijgekomen van zijn gelach en hopt op de rots naar Bolle Jan. “Waarom kom je niet uit de modder?” Bolle Jan neemt een diepe zucht om zijn tranen weg te slikken. “Ik ik ik wacht op hulp” Wesley hopt weer op zijn slurf “wie is dat ‘hulp’. Is dat een sterke olifant ofzo? “IIss hhullp een sstèèrke oolifàànt” herhaalt Bolle Jan langzaam en zonder stotteren. “Is hulp een sterke olifant? Denk Bolle Jan” Dan ineens weet hij het. Door de lachbui is hij weer zo rustig geworden dat hij goed kan nadenken. “Ik ben potverdikkie de sterkste olifant van het eiland. Het moet me toch lukken om eruit te komen?”Ondertussen brandt de zon op zijn bolletje. Wesley vliegt ineens weg. Bolle Jan kijkt Wesley achterna. Hij knijpt zijn ogen omdat hij in de zon kijkt. Dan knippert hij nog eens, want hij ziet een gezicht in de zon, een lief gezicht. “Bolle Jahan! Heb je mij nodig?” Bolle Jan, denkt even na en zegt abrupt “Ja, lieve zon, kan je alsjeblieft wat extra straaltjes geven om de modder op te laten drogen? Dan kan ik hieruit klimmen” “Natuurlijk!”, zegt de zon met een warme stem. Bolle Jan ziet ineens miljoenen minuscule diamanten stralen op zich afkomen die de modder en Bolle Jan  bedekken als een diamanten deken. Bolle Jan sluit gelukzalig zijn ogen. De stralen verdampen niet alleen het water in de modder op maar geven Bolle Jan een heerlijk gevoel. De modder is binnen mum van tijd hard geworden en Bolle Jan wurmt zich met al zijn krachten uit het gat. Als hij eruit is geklommen, stort het grote gat meteen weer dicht. Bolle Jan heeft dorst gekregen en hij rent eerst naar de waterval verderop en neemt een verfrissende duik. Ineens denkt Bolle Jan aan zijn vriendin Dolle Mina en aan Elvis die haar zou gaan halen. Hij krijgt toch weer even een naar gevoel in zijn bolle buik . Ook al vindt Bolle Jan het moeilijk, toch wil hij Dolle Mina vertellen dat het hem spijt en hij loopt terug naar de plek waar hij vast zat…

 

Lola

“Lola, wakker worden. Je moet naar school.” Lola pakt haar knuffel nog even stevig beet en draait zich om.” Lola” Mama strijkt de lange haren van Lola naar achteren. “Kom meis, je moet eruit. “ Lola rekt zich uit “Gaaaap Oh mama, ik lag net zo lekker te dromen” “Oh ja, heb je weer over Elvis gedroomd?” Lola knikt terwijl ze versuft voor zich uitkijkt. “Elvis heeft Bolle Jan willen helpen om uit de modder te komen en Bolle Jan was heel verdrietig” “En?”zegt mama, “Is het gelukt om Bolle Jan uit de modder te halen?” Lola kijkt blij en wrijft nog even met haar armen over haar bovenarmen alsof ze de diamanten deken van de zon over zich heen voelt. “Ja, mama, maar hij heeft het uiteindelijk zelf gedaan. Elvis hoefde hem niet meer te helpen, maar hij heeft wel bemiddeld” “Zo zo, bemiddeld zeg je?” “Ja, dat betekent toch dat als twee vrienden of vriendinnen of mensen ruzie hebben dat je probeert te helpen zodat het weer goedkomt?” Mama glimlacht:”Die Elvis is een slim muisje met het hart op de juiste plek, als ik het zo hoor” ”Op de juiste plek?”Lola trekt haar wenkbrauwen even op. “Ja, op de juiste plek. Dat betekent dat je graag andere mensen helpt, zodat er weer vrede komt.  Lola zucht: “Ik wou dat het weer vanavond was mam, want dan ga ik weer over Elvis dromen. Had ik al verteld dat hij in een enorme gekleurde luchtballon vliegt?”

Mama kijkt op haar horloge en klapt twee keer in haar handen. “En nu hup hup hup eruit meid. Lekker naar school” “Met mijn hart op de juiste plek!”lacht Lola. “Ja lieverd, je hart op de juiste plek”.

 

************************************************

 

Laat je hoofd niet hangen
ook al heb je verdriet
de wereld is zo slecht nog niet
het is wat jij er in ziet
kijk maar om je heen
ik wijs je de weg
je bent niet alleen
het leven zeilt voorzichtig voort
het is wat jij er van maakt
alles wordt nu anders
het is tijd dat je ontwaakt
ga je met me mee
dit is je kans
grijp hem meteen

kom vlieg met me mee
over land over zee
want het avontuur ligt ginds achter de horizon
wie of wat je ook bent

dit is het moment
het is nu of nooit vlieg weg en kijk niet achterom
er ligt meer voorbij die grens dan je ooit denken kon

in elke hoek wacht een verhaal dat je nooit hebt gehoord
beleef je leven als een film
Gooi je angst overboord
een dag duurt niet zo lang
doe wat je moet doen
en wees maar niet bang
kom vlieg met me mee
over land, over zee
want het avontuur ligt ginds achter de horizon
wie of wat je ook bent
dit is het moment
het is nu of nooit vlieg weg en kijk niet achterom
er ligt meer voorbij die grens dan je ooit denken kon

kies wie je bent

speel je een schurk of een held
ben je een mooie prinses of speel je jezelf
kom vlieg met me mee
over land over zee
want het avontuur ligt ginds achter de horizon
wie of wat je ook bent
dit is het moment
het is nu of nooit
vlieg weg en kijk niet achterom
er ligt meer voorbij die grens dan je ooit denken kon

Spreid je vleugels naar een goud omrande horizon

(Trijntje Oosterhuis- Vlieg met me mee)