De glimlach van een kind

Het is donderdagochtend als ik met de kinderen aan de ontbijttafel zit. De jongste heeft haar dag niet en kijkt erg sip: “Wil je bij me zitten, lief?”, vraag ik haar terwijl ik mijn armen spreid. Ze knikt en komt bij me op schoot. De oudste twee gaan naar boven om hun tanden te poetsen.

We zijn samen stil. Ik koester mijn momentje met haar, zo eventjes in de snelle ochtendgang een liefdevolle knuffel. “Mama?”, “Ja” “Is er een medicijn dat jij niet doodgaat?”. Ik schrik een beetje van deze vraag en het antwoord hierop, omdat het ons ooit uit elkaar zal drijven. Het grijpt me, maar ik denk in een flits praktisch na over deze levensvraag van een zevenjarige. Een vraag die diep gaat. De moeder in mij analyseert in een fractie de mogelijkheid om dit het liefst zonder pijn te kunnen beantwoorden. Wetenschappelijk onderzoek flitst door mijn hoofd; de farmacie die medicijnen ontwikkelt, de onderzoeken, de distributie. Ik zie de dokter en een patiënt in een spreekkamer:’Is er een medicijn voor mijn ziekte dokter? Ga ik nog niet dood?’ We willen de dood uitstellen, het leven kunnen verlengen. We willen de beste medicijnen. We willen een langer leven, als dat leven nog fijn en goed is met mensen om je heen van wie je zielsveel houdt.

Met veel ontzag heb ik het boek van Henry March gelezen, een hersenchirurg. Het boek heet ’Allereerst niet schaden’ en schenkt je een glimp in de belevings-en gevoelswereld van deze arts. Een glimp, want het echt weten doen we niet. Daarvoor moet je het zelfde werk een aanzienlijk aantal jaren gedaan hebben. Toch gaf dit boek mij inzichten omdat het een brede blik geeft in deze wereld, beschreven vanuit het perspectief van deze man, deze neurochirurg. Helder en menselijk, mooi.  

Toch wil ik stellen dat ik geloof dat de artsen en verpleegkundigen vanuit de basis goed willen doen, de medemens willen helpen. Zij zijn allen mens, bestaan uit menselijk DNA en dus geboren met een natuurlijk  gevoel voor compassie. En ik geloof ook dat deze zorgprofessionals van tijd tot tijd allen zichtbaar of onzichtbaar worstelen met deze dilemma’s. Iets wat niet altijd gezien of erkend wordt vanwege eigen emoties van allerlei oorzaken, verhalen met allen hun eigen oorsprong. Laten we vooral niet vergeten dat ieder mens zijn verhaal heeft. Een patient heeft zijn emoties, begrijpelijkerwijs, maar je weet nooit wat een zorgprofessional allemaal al heeft meegemaakt in zijn of haar carriere of misschien wel op die dag. En ja, natuurlijk maken zij soms fouten en hebben ze soms stellige onjuiste inzichten of gewoontes opgebouwd. Het is goed om kritisch te blijven naar elkaar, maar wel met een open en realistische blik. We zijn ten slotte samen op deze wereld, niet alleen. 

Maar niet alleen de doktoren en verpleegkundigen voor en achter de schermen hebben het soms zwaar. Zo’n kleine meid van zeven jaar krijgt onbewust al jong de essentie mee van ons bestaan. Waarom gaan we dood, want ik wil voor altijd bij je blijven.

De kleine meid slaakt een dramatisch zuchtje:”...ik wil gewoon niet dat je dan weg bent mama”. “Ooit”, nuanceer ik voor mijzelf. Ik voel ook aan dat zij het antwoord op deze vraag al weet en vindt dat ze recht heeft op mijn waarheid. Ik voel het verdriet in mijn keel ontspannen en glimlach zacht als ik haar speels achterover wieg: “Nee, mijn lief, dat medicijn is er niet en daarom moeten we het zo gezellig mogelijk maken tot die tijd,… en dat is nu”.

 

De glimlach van ieder kind doet je beseffen dat je leeft